Beter armoedebeleid voor vrouwen (BAVV)

Voorgeschiedenis BAVV

Het project  ‘Beter Armoedebeleid Voor Vrouwen’ is een vervolg op eerdere projecten als ‘Wonderen doen met weinig geld , Meer wonderen doen met weinig geld’ en het project Meer Kansen voor Alleenstaande Ouders in Lokaal Beleid’.

In dit vervolgproject ‘Beter Armoedebeleid voor Vrouwen’ willen we vrouwen organiseren en empoweren om - vanuit hun eigen ervaring - met een pakket van aanbevelingen het armoedebeleid, zowel op lokaal als landelijk niveau, actief te beïnvloeden om armoede onder vrouwen (en hun kinderen) tegen te gaan.

Voorvrouwen gezocht

FNV Vrouw wil met het project ‘Beter Armoedebeleid Voor Vrouwen’ vrouwen organiseren en empoweren om - vanuit hun eigen ervaring - het armoedebeleid, zowel op lokaal als landelijk niveau, actief te beïnvloeden om armoede onder vrouwen (en hun kinderen) tegen te gaan. Deelneemsters aan het project zijn zowel werkende als uitkeringsgerechtigde vrouwen met een langdurig laag inkomen in tien gemeenten met een meer dan gemiddeld armoedepercentage. Dit kunnen zijn eenoudergezinnen, gezinnen van migranten- en vluchtelingenvrouwen, ZZP-ers en studerende moeders. 

In tien verschillende gemeenten worden uit de achterban van FNV Vrouw 30 vrouwen uit de doelgroep als voorvrouw voor de lokale groepen geworven. Deze voorvrouwen krijgen een kadertraining gericht op wet- en regelgeving rond armoedebeleid, netwerkopbouw, coaching en empowerment van vrouwen uit de doelgroep en lobbyen en onderhandelen rond een gezamenlijk actieplan. In twee of drietallen worden deze voorvrouwen de trekkers van tien lokale netwerken van 5-10 ervaringsdeskundigen die vanuit de inventarisering van knelpunten en oplossingen een gezamenlijk actieplan ‘Beter Armoedebeleid voor Vrouwen’ ontwikkelen en uitvoeren met zowel individuele als gezamenlijke acties en lobby rond aanbevelingen op lokaal en landelijk niveau.

De afgelopen jaren hebben vrouwen uit de achterban van FNV Vrouw tijdens diverse projecten rond armoedebeleid te kennen gegeven het van groot belang te vinden dat er meer wordt gedaan met hun ervaringen en kennis. Zij willen graag een actieve rol spelen om die kennis en ervaring voor het voetlicht te brengen bij beleidsmakers, politici en instellingen om de positie van vrouwen te verbeteren. “Er moeten beslissingen worden genomen samen met ons en niet over ons hoofd heen. Men moet vaker naar ons luisteren en zelf ervaren om te weten wat het is om rond te komen van een minimuminkomen” werd er door de deelneemsters gezegd. Meer betrokkenheid van onderop dus. Met het nieuwe BAVV project geeft FNV Vrouw hier graag gehoor aan! 

Voel jij je bij het lezen over dit project geroepen om als voorvrouw te fungeren of zou je op een andere manier een bijdrage willen leveren aan dit mooie nieuwe project?

Neem dan contact op met:  Annemieke.dejong@fnvvrouw.nl of 020-5816398.

Download hier de flyer.

Bekijk hier onze 1ste BAVV vlog.

BAVV logo

Nut en noodzaak van BAVV

Uit onderzoek*1 komt naar voren dat het armoederisico voor vrouwen hoog is, met name als zij minderjarige kinderen hebben, hoofd zijn van een eenoudergezin en een migranten- of vluchtelingenachtergrond hebben.

In Nederland zijn er 1,25 miljoen armen. Volwassenen met een bijstandsuitkering lopen het meeste risico op armoede: 45% . Bij de kinderen ligt dit armoedepercentage nog veel hoger: 58% van de kinderen uit gezinnen met een bijstandsuitkering was in 2014 arm. Mensen met migranten of vluchtelingen-achtergrond lopen een bovengemiddeld risico (19% ten opzichte van gemiddeld 7,6% in 2014).  Hoewel betaald werk als belangrijkste middel om uit de armoede te komen wordt gezien, vormen betaald werkenden ruim 40% van de totale groep armen.*2

Ook blijkt uit onderzoek dat gemeenten weinig aandacht besteden aan doelgroepen, zoals zzp’ers en armen met een baan in loondienst en dat deze groepen ook nauwelijks een beroep doen op voorzieningen waar ze gezien hun inkomen wel recht op hebben.*3

Het armoederisico is vooral hoog voor de 770.000 eenoudergezinnen waarvan de meerderheid een vrouw aan het hoofd heeft. De aanwezigheid van (uitsluitend) minderjarige kinderen in het huishouden blijkt samen te gaan met bijna anderhalf keer grotere kans op langdurige armoede.

Dit geldt veel sterker voor gezinnen met minderjarige kinderen van ouders met meer dan alleen een Nederlandse achtergrond: zij hebben ongeveer tweeënhalf keer zoveel kans om een armoedeperiode van ten minste drie jaar door te maken.

Voetnoten

  1. Hoff, S.,  Wildeboer Schut, J.M.,  Goderis B. & Vrooman, C. (2016) Armoede in Kaart; nieuwe SCP-reeks over armoede in Nederland. http://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2016/

  2.  In 2009, toen de recessie in volle gang was, ging het zelfs om 48-49%. Inmiddels is dit percentage 41%.

  3. Wildeboer Schut J.M. & Hoff S. (2016) Een lang tekort. Langdurige armoede in Nederland,  SCP-publicatie 2016-6.  Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, maart 2016, ISBN 978 90 377 0782 3. Pagina 58

Deel deze pagina Tweet plaatsen Update plaatsen Update plaatsen